Kwart over tien, een woongroep in de gehandicaptenzorg. Eén begeleider in huis, een bewoner die al twee uur escaleert, en niemand die weet of dit vanzelf zakt of uit de hand loopt. De verpleegkundige achterwacht heeft de melding uitgevraagd en komt bij jou uit. Dit is het soort dienst dat je hier draait.
Wat je wel en niet doet
Je neemt de behandeling niet over. De eigen behandelaar blijft de behandelaar, en zijn afspraken zijn het kader waarbinnen jij adviseert. Wat jij doet is meedenken op het moment dat het gebeurt: hoe je deze bewoner nu benadert, wat tot de ochtend verantwoord is, en waar de grens ligt waarboven er een beoordeling bij moet komen.
Je advies gaat mee de rapportage in, met de grondslag erbij, zodat het de volgende ochtend bij de eigen behandelaar ligt in plaats van bij niemand.
Waarom deze rol bestaat
Norm 3.1 vraagt een deskundigheidsmix die past bij de zorgvragen van de organisatie. Bij een val is dat een verpleegkundige, bij een medicatievraag een arts, en bij escalatie op een VG-groep een GZ-psycholoog. Alle drie beschikbaar houden voor de avond, de nacht en het weekend vraagt per discipline minstens drie mensen, negen mensen in een rooster, voor diensten waarin meestal niets gebeurt.
Geen enkele organisatie van twintig bedden krijgt dat rond, en daarom wordt dit stuk in de praktijk overgeslagen. Wij delen de bezetting over meerdere organisaties, en daarom kan het wel.